EBV-Positiviteit bij Recidiverende Orale en Genitale Ulceraties
EBV-positiviteit bij een patiënt met recidiverende orale en genitale ulceraties wijst primair op twee mogelijke diagnoses: EBV-geassocieerde genitale ulceratie bij primaire infectie (zeldzaam maar beschreven) of EBV-positieve mucocutane ulceratie in de context van immunosuppressie.
Diagnostische Betekenis
De EBV-positiviteit in mondletsels heeft verschillende betekenissen afhankelijk van de klinische context:
Bij Immunocompetente Patiënten
EBV kan zeldzaam genitale en orale ulceraties veroorzaken tijdens primaire EBV-infectie. Dit is gedocumenteerd in de literatuur, voornamelijk bij jonge vrouwen (mediane leeftijd 14,5 jaar) 1, 2. Deze ulcera:
- Genezen spontaan binnen gemiddeld 18-21 dagen
- Treden op tijdens of kort na acute EBV-infectie (infectieuze mononucleosis)
- Zijn meestal eenmalig, niet echt recidiverend
- Vereisen geen specifieke behandeling
Belangrijk: Echte recidiverende ulcera passen NIET bij dit patroon van primaire EBV-infectie.
Bij Immunogecompromitteerde Patiënten
EBV-positieve mucocutane ulceratie (EBV-MCU) is een B-cel lymfoproliferatieve aandoening die optreedt bij 3:
- Iatrogene immunosuppressie (methotrexaat, azathioprine, cyclosporine)
- Leeftijdsgebonden immunosenescence (mediane leeftijd 77 jaar)
- HIV/AIDS 4
- Orgaantransplantatie 5
Klinische Kenmerken van EBV-MCU:
- Scherp begrensde, geïsoleerde ulcera in orofaryngeale mucosa (62%), huid (23%), of gastro-intestinaal tract (15%)
- Histopathologie toont polymorf infiltraat met atypische grote B-cellen, vaak met Hodgkin/Reed-Sternberg-achtige morfologie
- Sterke CD30 en EBER positiviteit
- Goede prognose: 100% complete remissie in studies, geen ziekte-gerelateerde sterfte 3
Differentiaaldiagnose
U moet andere oorzaken van recidiverende orale en genitale ulceraties uitsluiten 6:
- HSV-1/HSV-2 (meest voorkomende oorzaak van recidiverende genitale ulceratie)
- Treponema pallidum (syfilis)
- Haemophilus ducreyi (chancroid)
- Ziekte van Behçet (niet-infectieus, auto-inflammatoir)
- Inflammatoire darmziekte (Crohn)
- Medicamenteuze reacties
Cruciale valkuil: HSV en EBV kunnen gelijktijdig aanwezig zijn in dezelfde laesie. De EBV-positiviteit sluit HSV niet uit 6.
Aanbevolen Diagnostische Aanpak
Bepaal immunologische status:
- HIV-serologie
- Medicatie-anamnese (immunosuppressiva)
- Leeftijd (immunosenescence bij ouderen)
Volledige EBV-serologie:
- VCA-IgG en VCA-IgM (primaire infectie vs. reactivatie)
- EA-IgG (verhoogd bij chronische actieve EBV)
- EBNA (negatief bij primaire infectie)
- Bij chronische actieve EBV: VCA-IgG ≥1:640 en EA-IgG ≥1:160 7
Biopsie van ulcus met:
- Histopathologie
- Immunohistochemie (CD20, CD30, CD15)
- In situ hybridisatie voor EBER
- PCR voor EBV DNA (kwantitatief: >10^2.5 kopieën/mg DNA in perifeer bloed wijst op chronische actieve EBV) 7
- Belangrijk: PCR voor HSV-1/HSV-2 om co-infectie uit te sluiten
Aanvullende testen:
- Syfilis serologie
- Volledige bloedbeeld (trombocytopenie bij chronische actieve EBV)
- Lever- en miltecho bij verdenking systemische betrokkenheid
Therapeutische Implicaties
Bij EBV-MCU (Immunosuppressie-Geassocieerd):
Eerste lijn behandeling:
- Reductie of stopzetten immunosuppressiva indien mogelijk: 100% respons bij iatrogene gevallen met beschikbare follow-up 3
- 45% spontane regressie zonder behandeling
- 15% vertoont relapsing-remitting beloop
Indien immunosuppressie niet gestopt kan worden:
- Excisie van laesie kan effectief zijn 8
- Rituximab bij persisterende laesies 5
- Slechts 25% vereist chemotherapie/radiotherapie 3
Bij Primaire EBV-Geassocieerde Genitale Ulcera:
- Conservatief, symptomatisch
- Spontane genezing binnen 3 weken
Indien HSV Co-infectie:
Behandel volgens CDC-richtlijnen voor recidiverende genitale herpes 9:
- Episodische therapie: Aciclovir 400 mg 3x daags gedurende 5 dagen
- Suppressieve therapie (bij ≥6 recidieven/jaar): Aciclovir 400 mg 2x daags continu
Belangrijkste Aandachtspunten
- EBV-positiviteit alleen is onvoldoende voor diagnose - klinische context en histopathologie zijn essentieel
- Recidiverende ulcera wijzen NIET op primaire EBV-infectie maar eerder op HSV of EBV-MCU bij immunosuppressie
- Altijd HSV uitsluiten - dit is de meest voorkomende oorzaak van recidiverende genitale ulceratie
- Bij EBV-MCU: uitstekende prognosis met conservatieve behandeling of reductie immunosuppressie
- Multisite biopsieën overwegen bij verdenking chronische actieve EBV vanwege ruimtelijke heterogeniteit 10