Beoordeling van orthostatische hypotensie
Op basis van de verstrekte meetwaarden is er geen sprake van orthostatische hypotensie bij deze patiënt.
Analyse van de bloeddrukmetingen
De patiënt heeft de volgende waarden:
- Half liggend: 145/89 (97) → 137/80 (102) → 133/81 (88)
- Opstaan: 149/90 (108) → 139/101 (88) → 125/90 (90) → 134/92 (96)
- Zittend: 130/83 (85) → 122/79 (73) → 124/71 (77)
Criteria voor orthostatische hypotensie
Volgens de Europese richtlijnen wordt orthostatische hypotensie gedefinieerd als 1, 2:
- Een daling van de systolische bloeddruk ≥20 mmHg, OF
- Een daling van de diastolische bloeddruk ≥10 mmHg
- Binnen 3 minuten na het opstaan vanuit liggende positie
Beoordeling van de meetwaarden
Bij het analyseren van de overgang van half liggend naar staand:
- Systolische bloeddruk: De waarde stijgt eerst (van 133 naar 149 mmHg) en daalt daarna tot minimaal 125 mmHg
- Diastolische bloeddruk: De waarde stijgt eerst (van 81 naar 90 mmHg) en blijft daarna relatief stabiel
- Hartslag: Vertoont een lichte stijging (van 88 naar 108 slagen/min) en stabiliseert daarna
De daling in systolische bloeddruk van 145 mmHg (eerste liggende meting) naar 125 mmHg (laagste staande meting) bedraagt 20 mmHg, maar:
- De initiële staande waarde (149 mmHg) is hoger dan de liggende waarde
- De laagste waarde (125 mmHg) wordt gevolgd door een herstel naar 134 mmHg
- Er is geen consistent dalend patroon zoals bij klassieke orthostatische hypotensie 1
Verschillende vormen van orthostatische hypotensie
Het is belangrijk om verschillende vormen te onderscheiden 2:
- Klassieke OH: Daling binnen 3 minuten na opstaan
- Vertraagde OH: Daling die pas na 3 minuten optreedt
- Initiële OH: Onmiddellijke daling met snel herstel
De gemeten waarden tonen geen consistent patroon dat past bij een van deze vormen. De bloeddruk fluctueert maar vertoont geen duidelijke daling die voldoet aan de criteria voor orthostatische hypotensie 1.
Hartslag respons
De hartslag stijgt licht bij het opstaan (van 88 naar 108 slagen/min), wat een normale fysiologische respons is. Bij neurologische orthostatische hypotensie zou een minimale of afwezige hartslagstijging worden verwacht (<10 slagen/min) 1, 2.
Conclusie
De metingen tonen geen consistent patroon van bloeddrukdaling dat voldoet aan de criteria voor orthostatische hypotensie. De bloeddruk blijft relatief stabiel met normale fysiologische compensatie via de hartslag.
Aandachtspunten bij bloeddrukmeting
Voor een betrouwbare beoordeling van orthostatische hypotensie is het belangrijk dat 1, 2:
- De patiënt 5 minuten ligt voordat de eerste meting wordt gedaan
- Metingen worden gedaan na 1 en 3 minuten staan
- De patiënt 30 minuten voor de meting geen cafeïne, inspanning of sigaretten gebruikt
- De juiste manchetgrootte wordt gebruikt