Differential Diagnose De orthostase meting toont een variatie in bloeddruk en hartfrequentie bij het opstaan en zitten. Hieronder volgt een differentiële diagnose voor de vraag of er sprake is van baroreflex falen:
- Single most likely diagnosis
- Orthostatische hypotensie: De metingen tonen een daling van de systolische bloeddruk van 149 mmHg naar 125 mmHg na 4 minuten staan, wat wijst op orthostatische hypotensie. De baroreflex kan nog steeds functioneren, maar de compenserende mechanismen zijn mogelijk niet voldoende om de bloeddruk te handhaven.
- Andere waarschijnlijke diagnoses
- Dehydratie: De patiënt kan mogelijk dehydratie hebben, wat de orthostatische hypotensie kan verergeren.
- Autonome dysfunctie: Een stoornis in het autonome zenuwstelsel kan de baroreflex beïnvloeden en leiden tot orthostatische hypotensie.
- Do Not Miss
- Hartfalen: Een onderliggende hartziekte kan de bloeddrukregulatie beïnvloeden en leiden tot orthostatische hypotensie.
- Neurologische aandoeningen: Aandoeningen zoals multiple systeematrofie of amyloïdose kunnen de autonome functie beïnvloeden en leiden tot orthostatische hypotensie.
- Zeldzame diagnoses
- Baroreflex falen: Een primaire stoornis in de baroreflex kan leiden tot een ongecontroleerde bloeddruk en hartfrequentie.
- Pheochromocytoma: Een zeldzame tumor van de bijnier kan leiden tot orthostatische hypotensie door een overproductie van catecholaminen.