Behandeling van allergisch eosinofiel astma in combinatie met myasthenia gravis
Bij patiënten met allergisch eosinofiel astma (AEA) en gelijktijdige myasthenia gravis (MG) wordt aanbevolen om anti-IL-5 therapie (benralizumab) te gebruiken als primaire behandeling, aangezien dit effectief is voor de behandeling van eosinofiel astma zonder de MG te verergeren. 1
Pathofysiologische link tussen AEA en MG
Zowel allergisch eosinofiel astma als myasthenia gravis zijn immuungemedieerde aandoeningen, maar met verschillende pathofysiologische mechanismen:
- AEA wordt gekenmerkt door Th2-gemedieerde eosinofiele ontsteking
- MG wordt veroorzaakt door auto-antilichamen tegen acetylcholinereceptoren
De combinatie van deze aandoeningen vereist een zorgvuldige behandelstrategie die effectief is voor beide condities zonder wederzijdse verergering.
Behandelstrategie
Eerste keuze: Anti-IL-5 therapie
- Benralizumab is de meest geschikte optie voor patiënten met AEA en MG 1
- Werkt door binding aan IL-5 receptor op eosinofielen
- Veroorzaakt snelle en aanhoudende depletie van eosinofielen
- Vermindert significant het aantal exacerbaties bij eosinofiel astma
- Er zijn gevallen gerapporteerd waarbij benralizumab niet alleen het astma verbeterde maar ook complete remissie van eosinofiele oesofagitis veroorzaakte 1
Alternatieve biologicals
Mepolizumab (anti-IL-5) kan worden overwogen als benralizumab niet beschikbaar is 1, 2
- Effectief bij vermindering van eosinofielen in bloed en weefsels
- Bewezen werkzaamheid bij ernstig eosinofiel astma
- Effectief ongeacht overlappende allergische fenotypes 3
Dupilumab (anti-IL-4 receptor-α) kan worden overwogen bij onvoldoende respons op anti-IL-5 therapie 1
- Blokkeert zowel IL-4 als IL-13 signalering
- Effectief bij verschillende Th2-gemedieerde aandoeningen
Te vermijden behandelingen
Montelukast wordt niet aanbevolen als primaire behandeling 1
- Geen overtuigend bewijs voor effectiviteit bij eosinofiele aandoeningen
- Kan neurologische bijwerkingen hebben die MG kunnen verergeren
Natriumcromoglicaat wordt niet aanbevolen 1
- Geen klinisch bewijs voor effectiviteit bij eosinofiele aandoeningen
Anti-IgE therapie (omalizumab) wordt niet aanbevolen 1
- Niet effectief gebleken bij eosinofiele aandoeningen
- Richt zich op IgE-gemedieerde processen, terwijl eosinofiele ontsteking niet primair IgE-gemedieerd is
Monitoring en aanpassing van behandeling
Regelmatige controle van:
- Astmasymptomen en longfunctie
- MG-symptomen (spierzwakte, vermoeidheid)
- Eosinofielenaantal in bloed
Bij onvoldoende controle van astma:
- Optimaliseer inhalatiecorticosteroïden
- Overweeg toevoeging van een tweede biological
Bij verergering van MG:
- Consulteer een neuroloog voor aanpassing van MG-specifieke therapie
- Overweeg pyridostigmine of immunosuppressiva specifiek voor MG
Aandachtspunten en valkuilen
- Vermijd systemische corticosteroïden indien mogelijk vanwege potentiële verergering van MG
- Wees alert op respiratoire verslechtering die zowel door astma als door MG kan worden veroorzaakt
- Behandeling moet worden gecoördineerd tussen longarts, allergoloog en neuroloog
- Patiënten met zowel eosinofiele als atopische aandoeningen moeten gezamenlijk worden behandeld door gastro-enterologie en allergie specialisten 2
Conclusie
De behandeling van allergisch eosinofiel astma bij patiënten met myasthenia gravis vereist een gerichte aanpak met anti-IL-5 therapie als hoeksteen van de behandeling. Benralizumab heeft het voordeel van snelle en aanhoudende eosinofieldepletie zonder bekende negatieve effecten op MG. Regelmatige monitoring en multidisciplinaire samenwerking zijn essentieel voor optimale zorg.