Het belangrijkste verschil tussen nullipara en multipara in de ontsluitingsfase
Het belangrijkste verschil tussen een nullipara en een multipara in de ontsluitingsfase is dat nullipara's een langere actieve fase doormaken en pas bij 6 cm ontsluiting de actieve fase bereiken, terwijl multipara's sneller door de actieve fase gaan en deze fase eerder bereiken. 1, 2
Verschillen in ontsluitingspatroon
Nullipara (vrouw die nog niet eerder bevallen is)
- Bereikt de actieve fase van de ontsluiting pas bij ongeveer 6 cm 1
- Heeft een langere actieve fase (gemiddeld 383 minuten van 4-10 cm) 3
- Heeft een langere uitdrijvingsfase 3
- Heeft een hoger risico op een keizersnede (22,2% bij expectatief beleid) 1, 2
- Heeft een hoger risico op hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap (14,1%) 1, 2
Multipara (vrouw die al eerder bevallen is)
- Bereikt de actieve fase van de ontsluiting eerder 1
- Heeft een kortere actieve fase (gemiddeld 293-313 minuten van 4-10 cm) 3
- Heeft een kortere uitdrijvingsfase 3
- Heeft een lager risico op een keizersnede 2
- Heeft een lager risico op hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap 2
Klinische implicaties voor beleid
Voor nullipara's
- Bij stilstand van de ontsluiting is het belangrijk om minimaal 4 uur te wachten voordat er wordt overgegaan tot een keizersnede, mits er geen tekenen zijn van cephalopelvische disproportie (CPD) 1
- Bij electieve inleiding op 39 weken kan het risico op een keizersnede worden verlaagd van 22,2% naar 18,6% 1, 2
- Cervicale rijping is vaak nodig bij inleiding (63% heeft een ongunstige cervix) 1
- Na cervicale rijping en amniotomie moet minimaal 12 uur worden gewacht voordat een "mislukte inleiding" wordt vastgesteld 1
Voor multipara's
- Snellere progressie van de ontsluiting wordt verwacht 3
- Er is geen significant verschil in de duur van de actieve fase tussen vrouwen die 1,2 of 3+ keer eerder zijn bevallen 3
- Bij een grote multipara (para 5+) vertraagt de progressie van de ontsluiting weer enigszins, met name in de latente fase 4
Aandachtspunten en valkuilen
- Het is een valkuil om bij nullipara's te vroeg te concluderen dat er sprake is van een niet-vorderende ontsluiting, aangezien zij pas bij 6 cm in de actieve fase komen 1
- Bij multipara's kan een snellere progressie worden verwacht, maar dit betekent niet dat er eerder moet worden ingegrepen bij afwijkingen 3
- Bij nullipara's met een langdurige ontsluiting zijn belangrijke risicofactoren: cervicale ontsluiting <2 cm bij opname, vroege plaatsing van epidurale anesthesie en een geboortegewicht >4000g 5
- Bij inleiding van de baring bij multipara's is de actieve fase korter dan bij spontane baring (99 minuten versus 161 minuten) 6
Het herkennen van deze verschillen is essentieel voor het juist interpreteren van het beloop van de baring en het voorkomen van onnodige interventies, wat uiteindelijk leidt tot betere uitkomsten voor moeder en kind.