Indaling van het hoofd bij multiparae
Bij multiparae vindt de indaling van het foetale hoofd vaak later plaats dan bij nulliparae, meestal pas tijdens de actieve fase van de baring of zelfs bij het begin van de ontsluitingsfase.
Verschillen in indaling tussen nulliparae en multiparae
Tijdstip van indaling
Bij nulliparae (eerste bevalling):
- Indaling vindt vaak al vóór het begin van de baring plaats
- Slechts 16,9% van de nulliparae heeft bij opname in de verloskamer een ingedaald foetaal hoofd 1
- Indaling gebeurt meestal tijdens de periode van maximale cervicale ontsluiting
Bij multiparae (meerdere bevallingen):
Verloop van de indaling
- Multiparae vertonen een duidelijkere neerwaartse verschuiving in de indalingscurve na engagement van het foetale hoofd in vergelijking met nulliparae 2
- Bij engagement is de mediane tijd tot bevalling (TTD) bij multiparae 1 uur, terwijl dit bij nulliparae 1,62 uur is 2
- Bij niet-ingedaald hoofd tijdens de tweede fase is de TTD bij 95% van de nulliparae minder dan 3,8 uur en bij multiparae minder dan 3 uur 2
Klinische implicaties
Beoordeling van de indaling
- Traditioneel wordt de indaling beoordeeld via vaginaal toucher, waarbij de positie van het foetale hoofd wordt gerelateerd aan de ischiale stekels 3
- Echografie is een objectievere methode om de indaling te beoordelen:
Rotatie en indaling
- Occipitaal transversale positie is de meest voorkomende foetale hoofdpositie in de vroege fase van de baring 4
- Rotatie van het foetale hoofd vindt meestal plaats tijdens de actieve fase (37,1%) en de tweede fase van de baring (28,6%) 4
- Bij een progressiehoek <95° is 100% van de foetale hoofden in occipitaal transversale positie; bij ≥125° is 66,7% in occipitaal anterieure positie 4
Aandachtspunten bij multiparae
- Multiparae hebben meer contracties tijdens de latentiefase bij spontane baring in vergelijking met nulliparae, wat intensievere monitoring van moeder en foetus rechtvaardigt 5
- De snellere indaling bij multiparae kan leiden tot een kortere uitdrijvingsfase, maar vereist wel adequate monitoring
Klinische voorzorgsmaatregelen
- Bij vermoeden van cephalopelviene disproportie (CPD) is een keizersnede aangewezen in plaats van augmentatie met oxytocine 6
- Indien er geen vordering is binnen 2-4 uur ondanks adequate contracties, moet een keizersnede worden overwogen 6
- CPD komt vaker voor bij 8 cm ontsluiting dan in een eerdere actieve fase, wat in overweging moet worden genomen bij beslissingen over oxytocinetoediening 6
Complicaties bij niet-ingedaald hoofd
Bij een niet-ingedaald hoofd tijdens een keizersnede kan een "impacted fetal head" optreden, wat een obstetrische noodsituatie is met risico's voor moeder en kind 7:
- Verhoogd risico op bloedingen en beschadiging van aangrenzende organen bij de moeder
- Risico op schedelfracturen, hersenbloedingen en hypoxisch hersenletsel bij het kind
Hoewel de indaling van het foetale hoofd later plaatsvindt bij multiparae, verloopt het proces sneller en efficiënter dan bij nulliparae, wat bijdraagt aan een over het algemeen kortere bevallingsduur.