Ipratropium Dosing in COPD
Voor COPD wordt ipratropium bromide via een vernevelaar toegediend als 0,5 mg elke 20 minuten gedurende 3 doses en vervolgens naar behoefte, of via een MDI (metered-dose inhaler) als 8 puffs (18 mcg/puff) elke 20 minuten gedurende maximaal 3 uur. 1
Dosering per toedieningsvorm
Vernevelaar (eerste keuze bij ernstige exacerbaties)
- Standaarddosering: 0,5 mg (2 ml van 0,25 mg/ml oplossing) elke 20 minuten voor 3 doses, daarna naar behoefte 1
- Optimale dosis: 0,4 mg blijkt de optimale dosis te zijn voor maximaal bronchodilaterend effect bij stabiele COPD 2
- Werkingsduur: Significante bronchodilatatie houdt ongeveer 6,5 uur aan na een 0,4 mg dosis 2
MDI (Metered-Dose Inhaler)
- Standaarddosering: 8 puffs (18 mcg/puff = 144 mcg totaal) elke 20 minuten naar behoefte tot maximaal 3 uur 1
- Onderhoudsdosering: 2 inhalaties (36 mcg) vier keer per dag, met een maximum van 12 doses per dag 3
- Effectiviteit: MDI met 40 mcg is ongeveer equivalent aan 0,1 mg vernevelaaroplossing en bereikt slechts 63-73% van het bronchodilaterende effect van optimale vernevelaardoses 2
Klinische overwegingen
Werkingsmechanisme en effectiviteit
- Ipratropium is een anticholinergicum dat vagaal gemedieerde bronchoconstrictie onderbreekt door het cyclische guanosine 3',5'-monofosfaatsysteem te remmen 3
- De werking begint langzamer dan bij β2-agonisten, met een piek na 30-90 minuten en een werkingsduur van 4-6 uur 1
- Bij COPD is ipratropium vaak effectiever dan bij astma 1
Combinatietherapie
- Bij submaximale doses geeft een combinatie van anticholinergica en β2-agonisten een additief effect 1
- De combinatie van ipratropium en albuterol via MDI is effectiever dan elk middel afzonderlijk, met name gedurende de eerste 4 uur na toediening 4
- Bij acute exacerbaties is er geen consistent bewijs voor een verschil tussen hoge doses β2-agonisten en anticholinergica, of een additief effect van de combinatie 1
Bijwerkingen en veiligheid
- Bijwerkingen zijn over het algemeen mild en omvatten droge mond, hoest en soms tachycardie 5
- Minder vaak voorkomende bijwerkingen zijn palpitaties, oogpijn, urineretentie en urticaria 5
- Er zijn gevallen gemeld van verergering van nauwe-kamerhoekglaucoom, mydriasis en acute oogpijn 5
- In tegenstelling tot β2-agonisten veroorzaakt ipratropium geen daling van de Pa,O2 door pulmonale vasculaire effecten 1
Praktische aanbevelingen
- Controleer regelmatig de inhalatietechniek om optimale therapie te waarborgen 6
- Overweeg een vernevelaar voor patiënten die moeite hebben met het gebruik van inhalers tijdens acute exacerbaties 1
- Bij stabiele COPD is een langwerkend anticholinergicum (LAMA) zoals tiotropium effectiever dan ipratropium (SAMA) voor exacerbatiepreventie (OR 0,71; 95% BI 0,52-0,95) 1
- Ipratropium kan worden gemengd in dezelfde vernevelaar met albuterol voor gecombineerde therapie 1
Aandachtspunten
- Ipratropium dient niet als eerstelijnstherapie te worden gebruikt; het moet worden toegevoegd aan kortwerkende β2-agonisten (SABA) voor ernstige exacerbaties 1
- De toevoeging van ipratropium heeft geen aangetoond extra voordeel zodra de patiënt is opgenomen in het ziekenhuis 1, 7
- Hoewel verdubbeling van de standaarddosis ipratropium in sommige studies geen objectief voordeel heeft opgeleverd voor de groep als geheel, kunnen individuele patiënten baat hebben bij combinatietherapie 8