Wanverhouding van hoofd en bekken (Cephalopelvische disproportie)
Cephalopelvische disproportie (CPD) is een anatomische wanverhouding tussen het hoofd van de foetus en het bekken van de moeder, waardoor een vaginale bevalling onmogelijk of gevaarlijk wordt. 1
Kenmerken en oorzaken
CPD ontstaat wanneer:
- Het hoofd van de foetus te groot is voor het bekken van de moeder
- Het bekken van de moeder te klein of abnormaal gevormd is
- Er sprake is van een afwijkende positie van het foetale hoofd (zoals asynclitisme)
Risicofactoren voor CPD:
Maternale factoren:
- Diabetes
- Obesitas
- Bekkenafwijkingen of skeletafwijkingen
- Kleine lichaamslengte met grote hoofdomtrek
- Eerder doorgemaakte CPD
Foetale factoren:
- Macrosomie (groot kind)
- Grote hoofdomtrek (>34,8 cm heeft een sensitiviteit van 88% en specificiteit van 74%) 2
- Afwijkende ligging (achterhoofdsligging, dwarsligging)
- Afwijkende presentatie (voorhoofdsligging)
Diagnose
De diagnose van CPD wordt gesteld op basis van:
Klinische beoordeling tijdens de bevalling:
- Geen vordering in de ontsluiting ondanks adequate weeën
- Geen indaling van het foetale hoofd
- Overmatige molding (vervorming) van het foetale hoofd zonder daadwerkelijke indaling 1
Objectieve metingen:
Beeldvorming (indien beschikbaar):
- MRI-pelvimetrie heeft een sensitiviteit van 96% voor het vaststellen van CPD 4
- Echografie voor het bepalen van de hoofdomtrek en positie
Klinische manifestaties
CPD manifesteert zich tijdens de bevalling als:
Abnormale vordering van de baring:
- Protractie (vertraagde ontsluiting) in de actieve fase
- Stilstand van de ontsluiting
- Verlengde deceleratiefase (vertraging tussen 8-9 cm en volledige ontsluiting)
- Geen indaling van het foetale hoofd 1
Foetale nood:
- Late deceleraties op het CTG
- Tekenen van overmatige molding
Management
Bij vermoeden van CPD:
Evaluatie:
- Beoordeel bekkenafmetingen en -vorm
- Controleer op foetale macrosomie, malpositie, malpresentatie
- Beoordeel de mate van molding zonder indaling 5
Besluitvorming:
Oxytocine-beleid:
Complicaties bij niet-herkende CPD
- Uterusruptuur
- Obstructed labor
- Verhoogde maternale morbiditeit en mortaliteit
- Foetale nood en sterfte
- Schouderdystocie en plexus brachialis letsel 1
- Bekkenbodemschade met langetermijngevolgen zoals prolaps en incontinentie 1
Preventie en vroege herkenning
- Goede prenatale zorg met beoordeling van risicofactoren
- Tijdige herkenning van afwijkende vordering tijdens de baring
- Bij twijfel over CPD is een keizersnede veiliger dan het voortzetten van een potentieel gevaarlijke vaginale bevalling 1
Het is essentieel om CPD tijdig te herkennen en adequaat te behandelen om ernstige maternale en foetale complicaties te voorkomen. Bij twijfel over de verhouding tussen het foetale hoofd en het maternale bekken is een keizersnede de veiligste optie.