Hoe de dosis citalopram veilig te verlagen
Verlaag de dosis citalopram geleidelijk in plaats van abrupt, bij voorkeur met stappen van 10 mg per 1-2 weken, om het risico op ontwenningsverschijnselen te minimaliseren. 1
Waarom geleidelijke dosisverlaging essentieel is
- De FDA waarschuwt expliciet dat abrupte stopzetting van citalopram kan leiden tot ontwenningsverschijnselen, waaronder dysfore stemming, prikkelbaarheid, agitatie, duizeligheid, sensorische stoornissen (zoals elektrische schoksensaties), angst, verwardheid, hoofdpijn, lethargie, emotionele labiliteit, slapeloosheid en hypomanie 1
- Deze symptomen zijn meestal zelfbeperkend, maar er zijn meldingen van ernstige ontwenningsverschijnselen 1
- Patiënten moeten worden gemonitord op deze symptomen tijdens het afbouwen van de behandeling 1
Praktisch afbouwschema
Bij onverdraaglijke symptomen na dosisverlaging:
- Hervat de eerder voorgeschreven dosis en verlaag vervolgens langzamer 1
- Als symptomen optreden, overweeg kleinere dosisstappen (bijvoorbeeld 5 mg in plaats van 10 mg) of langere intervallen tussen verlagingen 1
Specifieke overwegingen voor oudere patiënten (>60 jaar):
- De maximaal aanbevolen dosis is al verlaagd voor deze groep vanwege QT-verlenging risico's 2
- Wees extra voorzichtig bij dosisverlaging, aangezien oudere patiënten gevoeliger zijn voor ontwenningsverschijnselen 1
Cardiale veiligheidsoverwegingen tijdens dosisverlaging
- Citalopram kan QT-verlenging veroorzaken, vooral bij doses boven 40 mg/dag 2, 3
- De FDA en EMA hebben de maximale aanbevolen doses van citalopram beperkt vanwege dit risico 2
- Belangrijk: Een groot retrospectief onderzoek toonde aan dat het verlagen van citalopram doses naar ≤40 mg/dag geassocieerd was met verhoogde hospitalisaties (aangepaste hazard ratio=4.5) zonder vermindering van mortaliteit of arrhythmie-gerelateerde hospitalisaties 4
- Dit suggereert dat abrupte dosisverlaging om cardiale redenen onbedoelde klinische consequenties kan hebben 4
Monitoring tijdens dosisverlaging
Essentiële monitoringparameters:
- Ontwenningsverschijnselen: wekelijkse evaluatie gedurende de eerste 4 weken na elke dosisverlaging 1
- Terugkeer van depressieve symptomen: gebruik gestandaardiseerde schalen om verslechtering te detecteren 4
- Bij patiënten met cardiale risicofactoren: overweeg ECG-monitoring, vooral als de uitgangsdosis >40 mg/dag was 2, 3
Veelvoorkomende valkuilen
- Vermijd te snelle dosisverlaging: Dit is de meest voorkomende fout die leidt tot ontwenningsverschijnselen en verhoogd risico op hospitalisatie 1, 4
- Onderschat niet de ernst van ontwenningsverschijnselen: Hoewel meestal zelfbeperkend, kunnen ze ernstig genoeg zijn om de kwaliteit van leven significant te beïnvloeden 1
- Wees alert op bloedingsrisico's: Als de patiënt NSAIDs, aspirine of anticoagulantia gebruikt, blijf deze interactie monitoren tijdens dosisverlaging 1
- Let op hyponatriëmie: Vooral bij oudere patiënten of patiënten die diuretica gebruiken, kan dit persisteren tijdens dosisverlaging 1
Alternatieve strategieën bij problematische dosisverlaging
- Als ontwenningsverschijnselen onbeheersbaar zijn ondanks zeer geleidelijke afbouw, overweeg tijdelijk een langwerkend SSRI zoals fluoxetine als "brug" voor volledige stopzetting (hoewel dit niet specifiek in de richtlijnen staat, is dit een geaccepteerde klinische praktijk)
- Bij persisterende symptomen na adequate afbouwpoging (8-12 weken), overweeg alternatieve behandeling zoals venlafaxine of sertraline 5