Monitoring na Citalopram Dosisreductie van 40 mg naar 32,5 mg
Monitor de patiënt wekelijks gedurende de eerste 4 weken na de dosisreductie, met specifieke aandacht voor discontinuatiesymptomen en terugkeer van depressieve klachten. 1
Discontinuatiesymptomen Monitoring
De FDA waarschuwt dat bij dosisreductie van citalopram discontinuatiesymptomen kunnen optreden, hoewel deze meestal mild en zelflimiterend zijn 1:
- Controleer bij elk contact op: dysfore stemming, prikkelbaarheid, agitatie, duizeligheid, sensorische stoornissen (zoals elektrische schoksensaties/paresthesieën), angst, verwardheid, hoofdpijn, lethargie, emotionele labiliteit, slapeloosheid en hypomanie 1
- Timing: Deze symptomen treden meestal op binnen de eerste week na dosisreductie 1
- Actie bij intolerabele symptomen: Hervat de vorige dosis (40 mg) en vertraag de dosisreductie met kleinere stappen over een langere periode 1
Depressieve Symptomen Monitoring
- Gebruik gestandaardiseerde meetinstrumenten zoals de HAM-D of QIDS-SR bij elke controle om objectieve veranderingen in depressieve symptomen te detecteren 2
- Let specifiek op: terugkeer van depressieve stemming, melancholie, cognitieve stoornissen en psychomotore retardatie 3
- Timing van beoordeling: Wekelijks gedurende de eerste maand, daarna elke 2 weken tot 8-12 weken na de dosisreductie 2
Klinisch Monitoringschema
Week 1-2 na dosisreductie:
- Dagelijkse zelfmonitoring door patiënt van discontinuatiesymptomen 1
- Telefonisch contact na 3-5 dagen om acute discontinuatiesymptomen te evalueren 1
- Poliklinisch bezoek na 7-10 dagen voor volledige evaluatie 4
Week 3-4:
- Wekelijkse evaluatie van zowel discontinuatiesymptomen als depressieve symptomen 2
- Beoordeling van functioneren en kwaliteit van leven 2
Week 5-12:
- Tweewekelijkse controles indien stabiel, anders wekelijks 2
- Continue monitoring aangezien sommige patiënten pas na 8 weken significante veranderingen tonen 2
Belangrijke Valkuilen
- Vermijd abrupte stopzetting: De FDA benadrukt dat geleidelijke dosisreductie essentieel is, niet abrupte stopzetting 1
- Onderschat discontinuatiesymptomen niet: Hoewel meestal zelflimiterend, zijn er meldingen van ernstige discontinuatiesymptomen 1
- Bloedingsrisico: Monitor extra alert bij gelijktijdig gebruik van NSAID's, aspirine of anticoagulantia, aangezien SSRI's het bloedingsrisico verhogen 1
- Hyponatriëmie: Vooral bij ouderen en patiënten met diuretica - controleer natrium bij onverklaarde hoofdpijn, verwardheid, zwakte of valoneiging 1
Aanvullende Overwegingen
- Comorbiditeit: Patiënten met comorbide angststoornissen of middelenmisbruik hebben verhoogd risico op terugval en vereisen intensievere monitoring 2
- Langetermijneffectiviteit: Studies tonen aan dat de antidepressieve effectiviteit tot 24 weken behouden blijft bij stabiele dosering, maar het is onduidelijk of de onderhoudsdosis identiek moet zijn aan de remissie-inducerende dosis 1
- Verdere dosisreductie: Als de patiënt de reductie naar 32,5 mg goed tolereert zonder terugkeer van symptomen, kan verdere reductie overwogen worden met nog kleinere stappen en langere intervallen 1