Toegenomen angst na dosisverlaging van citalopram: Dit is een normaal verschijnsel
Ja, het is normaal om meer angst te ervaren na het verlagen van citalopram van 15 mg naar 7,5 mg, zelfs wanneer de verlaging bedoeld was om bijwerkingen te verminderen. Dit komt door het SSRI-discontinuatiesyndroom, dat optreedt bij dosisverlagingen en niet alleen bij volledig stoppen.
Waarom meer angst na dosisverlaging?
SSRI-discontinuatiesyndroom bij dosisverlaging
- Citalopram veroorzaakt een discontinuatiesyndroom dat gekenmerkt wordt door onder andere angst, prikkelbaarheid, agitatie, duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid en emotionele labiliteit 1.
- Dit syndroom treedt op bij gemiste doses of acute stopzetting van korterwerkende SSRI's zoals citalopram, maar ook bij significante dosisverlagingen 1.
- De FDA-bijsluiter bevestigt dat discontinuatiesymptomen kunnen optreden "upon discontinuation of treatment" maar ook "following a decrease in the dose" 2.
Tijdlijn van symptomen
- Discontinuatiesymptomen kunnen binnen 24-48 uur na dosisverlaging ontstaan en zijn over het algemeen zelflimitend 1.
- Na 3 dagen (zoals bij uw patiënt) bevinden de symptomen zich vaak op hun hoogtepunt voordat ze beginnen te verbeteren 2.
- De symptomen verbeteren meestal binnen 1-2 weken, maar kunnen langer aanhouden bij sommige patiënten 1.
Wat te doen?
Onmiddellijke aanpak
- Als de symptomen ondraaglijk zijn, overweeg dan om terug te keren naar de vorige dosis (15 mg) en vervolgens langzamer af te bouwen 2.
- De FDA-bijsluiter stelt expliciet: "If intolerable symptoms occur following a decrease in the dose... then resuming the previously prescribed dose may be considered. Subsequently, the physician may continue decreasing the dose but at a more gradual rate" 2.
Langzamere afbouwstrategie
- Voor korterwerkende SSRI's zoals citalopram wordt aanbevolen om de dosis in de kleinst mogelijke stappen te verhogen of verlagen met intervallen van ongeveer 1-2 weken 1.
- Een verlaging van 7,5 mg (50% reductie) is relatief groot; kleinere stappen van bijvoorbeeld 2,5-5 mg per keer kunnen beter worden verdragen 1.
Monitoring
- Patiënten moeten nauwlettend worden gemonitord op discontinuatiesymptomen, vooral in de eerste 24-48 uur na dosisveranderingen 1.
- Ouderlijk toezicht op medicatieregimes is van het grootste belang bij kinderen en adolescenten 1.
Belangrijke kanttekeningen
Onderscheid tussen verschillende soorten angst
Het is cruciaal om te onderscheiden tussen:
- Discontinuatiesyndroom-gerelateerde angst (tijdelijk, door dosisverlaging) 1, 2
- Terugkeer van oorspronkelijke angstsymptomen (door onvoldoende behandeling) 3, 4
- Paradoxale SSRI-geïnduceerde angst (zeldzaam, maar gedocumenteerd bij citalopram) 5
Paradoxale reactie op SSRI's
- Een initiële bijwerking van SSRI's kan angst of agitatie zijn, daarom wordt geadviseerd om te starten met een subtherapeutische "test" dosis 1.
- Er zijn zeldzame gevallen gerapporteerd van frank panic attacks geïnduceerd door citalopram dosisverhoging 5.
Therapeutische overwegingen
- Citalopram is effectief aangetoond voor de behandeling van angststoornissen, inclusief gegeneraliseerde angststoornis en paniekstoornis 3, 4, 6.
- De therapeutische respons op angst kan 12 weken of langer duren, vooral bij comorbide depressie 6.
- Hogere doses of bloedconcentraties kunnen geassocieerd zijn met meer bijwerkingen 1.
Praktische aanbeveling
Geef de patiënt geruststelling dat de toegenomen angst waarschijnlijk tijdelijk is en deel van het discontinuatiesyndroom. Als de symptomen na 1-2 weken niet verbeteren of ondraaglijk zijn, overweeg dan om terug te keren naar 15 mg en een langzamere afbouwschema te implementeren met kleinere dosisstappen 2. Monitor de patiënt nauwlettend en overweeg om de afbouw te pauzeren als de symptomen persisteren 1, 2.