Toegenomen angst na dosisreductie van Cipramil: Onttrekkingsverschijnselen, niet gedragsactivatie
De toegenomen angst na het verlagen van citalopram (Cipramil) van 40mg naar 32mg is vrijwel zeker het gevolg van onttrekkingsverschijnselen, niet van gedragsactivatie. 1
Waarom dit onttrekkingsverschijnselen zijn
Timing en context zijn doorslaggevend
- Gedragsactivatie treedt typisch op binnen de eerste maand van behandeling of bij dosisverhoging, niet bij dosisverlaging 2
- Onttrekkingsverschijnselen daarentegen ontstaan specifiek na dosisreductie of stopzetting van SSRI's, wat exact overeenkomt met deze situatie 1
- De FDA-bijsluiter van citalopram bevestigt dat angst een prominent onttrekkingssymptoom is bij dosisreductie 1
Klinische kenmerken van SSRI-onttrekking
- Onttrekkingsverschijnselen van citalopram omvatten: angst, prikkelbaarheid, agitatie, duizeligheid, sensorische stoornissen, verwardheid, hoofdpijn, emotionele labiliteit en slapeloosheid 1
- Deze symptomen treden meestal op binnen enkele dagen na dosiswijziging en kunnen weken aanhouden 3, 4
- De incidentie van antidepressiva-onttrekkingssyndroom ligt rond 42-45%, dus dit is een veelvoorkomend fenomeen 4
Gedragsactivatie: een ander klinisch beeld
Wanneer gedragsactivatie optreedt
- Gedragsactivatie manifesteert zich als motorische of mentale rusteloosheid, slapeloosheid, impulsiviteit, spraakzaamheid, ontremd gedrag of agressie 2
- Dit verschijnsel komt vaker voor bij jongere kinderen dan bij adolescenten en bij angststoornissen vergeleken met depressieve stoornissen 2
- Gedragsactivatie verbetert snel na dosisverlaging of stopzetting van de SSRI 2
Waarom dit scenario niet past bij gedragsactivatie
- In dit geval is de dosis verlaagd, niet verhoogd, wat het tegenovergestelde is van wanneer gedragsactivatie optreedt 2
- Als dit gedragsactivatie zou zijn, zou de dosisreductie de symptomen juist moeten verbeteren, niet verergeren 2
Aanbevolen aanpak voor deze situatie
Onmiddellijke management
- Hervat de vorige dosis van 40mg als de symptomen ondraaglijk zijn 1
- Monitor de patiënt nauwlettend op verbetering van de angstsymptomen na herstel van de oorspronkelijke dosis 1
Correcte taperschema voor toekomstige pogingen
- Verlaag citalopram veel geleidelijker: maximaal 10-20% van de huidige dosis per 2-4 weken 3, 1
- Voor langdurige behandeling (>6 maanden) is een totale taperduur van minimaal 6-10 weken noodzakelijk 3
- De oude richtlijnen die 10-14 dagen tapering adviseerden zijn inadequaat voor langdurige therapie 3
Risicofactoren die deze patiënt mogelijk heeft
- Vrouwelijk geslacht, jongere leeftijd, hogere dosis, langere behandelduur en abrupte dosisreductie verhogen het risico op onttrekkingsverschijnselen 4
- Citalopram heeft een relatief korte halfwaardetijd, wat het risico op onttrekkingssymptomen kan verhogen 5
Belangrijke valkuilen om te vermijden
- Misdiagnosticeer onttrekkingsverschijnselen niet als terugval van de onderliggende angststoornis - dit is een veelvoorkomende fout die leidt tot onnodige dosisverhoging 6, 5
- Verwar onttrekkingsangst niet met gedragsactivatie - de timing en context zijn fundamenteel verschillend 2, 1
- Vermijd te snelle tapering - patiënten hebben vaak maanden nodig voor volledige stopzetting na langdurig gebruik 3, 4
- Wees alert op persisterende post-onttrekkingsstoornissen die bij SSRI's kunnen optreden, hoewel deze zeldzamer zijn 5