Anamnese, Lichamelijk Onderzoek en Beleid bij 28-jarige Vrouw met MS en Subklinische Hyperthyreoïdie
Anamnestisch Uitvragen
Schildklier-gerelateerde Symptomen
- Vraag naar palpitaties, tremor, warmte-intolerantie, gewichtsverlies, verhoogde transpiratie, nervositeit of slapeloosheid - deze kunnen wijzen op progressie naar manifeste hyperthyreoïdie 1, 2
- Informeer naar vermoeidheid en cognitieve klachten, hoewel deze moeilijk te onderscheiden zijn van MS-symptomen 3
Cardiovasculaire Risicofactoren
- Bij TSH <0.1 mIU/L bestaat een 3-voudige verhoging van het risico op atriumfibrilleren over 10 jaar, vooral bij patiënten >60 jaar 2, 3
- Vraag specifiek naar hartkloppingen, onregelmatige hartslag, of eerder gediagnosticeerde hartritmestoornissen 1, 2
MS-specifieke Medicatie
- Inventariseer huidige en eerdere MS-behandelingen, met name interferon-bèta, alemtuzumab of ocrelizumab 4, 5, 6
- Ocrelizumab kan in zeldzame gevallen ziekte van Graves veroorzaken, hoewel dit minder frequent is dan bij alemtuzumab 4
- Interferon-bèta therapie wordt geassocieerd met schildklieraandoeningen bij 20-25% van de patiënten 6
Schildklier Voorgeschiedenis
- Vraag naar eerdere schildklieraandoeningen, auto-immuunziekten in de familie, of eerdere afwijkende schildklierfunctietesten 1, 7
- Informeer naar recente jodiumexpositie (CT-contrast, amiodaron) die transiënte hyperthyreoïdie kan veroorzaken 7
Botgezondheid (vooral relevant bij vrouwen)
- Vraag naar menstruele cyclus, menopauze status, en eerdere fracturen 2, 3
- Subklinische hyperthyreoïdie veroorzaakt versneld botverlies bij postmenopauzale vrouwen 2, 3
Lichamelijk Onderzoek
Schildklieronderzoek
- Palpeer de schildklier op grootte, noduli, of diffuse vergroting 7
- Let op: bij ziekte van Graves met subklinische hyperthyreoïdie kan de schildklier normaal groot zijn 7
- Inspecteer op tekenen van ophthalmopathie (exophthalmus, lidretractie) die wijzen op ziekte van Graves 4
Cardiovasculair Onderzoek
- Meet hartfrequentie en bloeddruk - tachycardie kan aanwezig zijn 3
- Ausculteer het hart op onregelmatige hartslag (atriumfibrilleren) 1, 2
- Maak een ECG om atriumfibrilleren uit te sluiten, vooral bij patiënten >60 jaar of met cardiale risicofactoren 2
Neurologisch Onderzoek
- Beoordeel tremor (fijne tremor van uitgestrekte handen) 1
- Controleer diepe peesreflexen - deze kunnen verhoogd zijn bij hyperthyreoïdie 3
Algemeen Onderzoek
- Inspecteer huid op warmte en vochtigheid 3
- Beoordeel gewicht en BMI - onverklaard gewichtsverlies kan wijzen op progressie 3
Meest Waarschijnlijk Beleid
Diagnostische Strategie
Bevestig de Diagnose
- Herhaal TSH, vrij T4 en vrij T3 binnen 4 weken om persisterende subklinische hyperthyreoïdie te bevestigen 2
- Bij patiënten met cardiale aandoeningen of atriumfibrilleren: herhaal binnen 2 weken 2
- 50% van patiënten met TSH 0.1-0.45 mIU/L normaliseert spontaan 2
Bepaal de Etiologie
- Meet TSH-receptor antilichamen (TRAb) om ziekte van Graves te diagnosticeren 4, 7
- Let op: TRAb kan negatief zijn bij subklinische hyperthyreoïdie door ziekte van Graves 7
- Overweeg radioactieve jodiumuptake en scan om te differentiëren tussen destructieve thyroïditis (lage uptake) en ziekte van Graves/nodulaire struma (hoge uptake) 2, 7
- Meet anti-TPO antilichamen - deze zijn vaak verhoogd bij MS-patiënten met auto-immuun schildklierziekte 5, 6
Behandelstrategie op Basis van TSH-waarde
TSH 0.1-0.45 mIU/L (Milde Subklinische Hyperthyreoïdie)
- Routinematige behandeling met thyreostatica wordt NIET aanbevolen, aangezien er geen duidelijk verband is aangetoond tussen deze milde vorm en nadelige klinische uitkomsten 1, 2
- Monitor schildklierfunctie elke 3-12 maanden tot TSH normaliseert of de toestand stabiliseert 1, 2
- Overweeg behandeling bij:
TSH <0.1 mIU/L (Ernstige Subklinische Hyperthyreoïdie)
- Behandeling moet sterk overwogen worden, vooral bij patiënten >60 jaar of met cardiovasculaire risicofactoren of osteoporose 2, 3
- Het risico op atriumfibrilleren is 3-voudig verhoogd over 10 jaar 2, 3
- Cardiovasculaire mortaliteit is tot 3-voudig verhoogd bij patiënten >60 jaar 2
Specifieke Overwegingen voor MS-patiënten
MS-medicatie Gerelateerde Hyperthyreoïdie
- Bij ocrelizumab-geïnduceerde ziekte van Graves kan spontane resolutie optreden binnen 6-12 maanden 4
- Overweeg actieve surveillance zonder thyreostatica bij asymptomatische patiënten met recente start van ocrelizumab, gezien de mogelijkheid van spontane resolutie 4
- Bij interferon-bèta geïnduceerde hyperthyreoïdie: overweeg staken van interferon-bèta bij auto-immuun hyperthyreoïdie 6
Destructieve Thyroïditis (Silent of Postpartum Thyroïditis)
- Dit lost spontaan op en vereist alleen symptomatische behandeling met bètablokkers, geen definitieve behandeling 2, 7
- Typisch verloop: hyperthyreoïde fase → euthyreoïde fase → hypothyreoïde fase → herstel 4, 7
Symptomatische Behandeling
Bètablokkers voor Symptoomcontrole
- Start propranolol of metoprolol bij symptomatische patiënten met palpitaties, tremor of angst 2
- Bètablokkers verminderen atriale premature slagen en verbeteren diastolische vulling 2
- Bètablokkers zijn alleen voor symptoomcontrole, niet voor definitieve behandeling van endogene subklinische hyperthyreoïdie 2
Monitoring en Follow-up
Regelmatige Controles
- Herhaal schildklierfunctietesten elke 3-6 maanden bij milde subklinische hyperthyreoïdie (TSH 0.1-0.45 mIU/L) 1, 2
- Bij TSH <0.1 mIU/L: herhaal binnen 4 weken 2
- Monitor voor progressie naar manifeste hyperthyreoïdie of ontwikkeling van hypothyreoïdie 1, 4
Cardiovasculaire Monitoring
- Maak jaarlijks een ECG bij patiënten >60 jaar of met cardiale risicofactoren 2
- Bij nieuwe symptomen van atriumfibrilleren: onmiddellijke evaluatie en overweeg behandeling 1, 2
Botdichtheid Monitoring
- Overweeg DEXA-scan bij postmenopauzale vrouwen met persisterende TSH <0.1 mIU/L 2, 3
- Adviseer adequate calcium (1200 mg/dag) en vitamine D (1000 IE/dag) inname 2
Belangrijke Valkuilen
- Behandel niet op basis van één enkele TSH-meting - bevestig altijd met herhaalde testing 1, 2
- Negeer cardiale symptomen niet - zelfs milde palpitaties rechtvaardigen onmiddellijke evaluatie 1, 2
- Stel behandeling niet uit als TSH daalt tot <0.1 mIU/L - dit vertegenwoordigt aanzienlijk hoger risico 1, 2
- Gebruik geen thyreostatica empirisch zonder etiologie vast te stellen - destructieve thyroïditis reageert niet en kan patiënten onnodig blootstellen aan medicijnrisico's zoals agranulocytose 1