Mercaptopurine moet niet worden gestart bij deze 71-jarige patiënt
Bij deze 71-jarige patiënt met late-onset colitis ulcerosa, uitgebreide comorbiditeit (cardiovasculair, COPD, obesitas, chronische nierziekte), recente infecties en reeds lopende infliximab-behandeling, adviseer ik mercaptopurine niet te starten vanwege het ongunstige risico-baten profiel in deze specifieke situatie.
Onderbouwing van deze beslissing
Leeftijd en thiopurine-specifieke risico's
De AGA richtlijn voor IBD bij ouderen (2021) stelt expliciet dat thiopurine monotherapie bij oudere patiënten moet worden afgewogen tegen het verhoogde risico op non-melanoom huidkanker en lymfoom in deze populatie 11. Het absolute risico op lymfoproliferatieve aandoeningen is significant verhoogd bij ouderen met IBD die thiopurinen gebruiken vergeleken met jongere patiënten 1.
Comorbiditeit en frailty overwegingen
Deze patiënt heeft:
- Cardiovasculaire ziekte: CABG, 3x PCI, NSTEMI 2019
- Chronische nierziekte: eGFR 60-63 mL/min/1,73m²
- Recente infecties: blaasontsteking met hematurie, koorts tot recent
- Orthostatische hypotensie met vallen
- COPD en OSAS
De AGA richtlijn benadrukt dat kandidaatstelling voor immunosuppressie moet worden gebaseerd op functionele status, comorbiditeit (inclusief eerdere maligniteit) en potentieel voor infectieuze complicaties 11. Deze patiënt heeft meerdere risicofactoren die pleiten tegen additionele immunosuppressie.
Reeds lopende biologische therapie
De patiënt gebruikt al infliximab sinds juni 2026. De AGA richtlijn (2021) stelt dat wanneer mogelijk, immunomodulatoire behandelingen met lager infectie- of maligniteitsrisico (vedolizumab, ustekinumab) de voorkeur verdienen bij oudere patiënten 11.
Nierinsufficiëntie
Het FDA-label voor mercaptopurine specificeert dat bij nierfunctiestoornissen (CLcr <50 mL/min) de laagste aanbevolen startdosering moet worden gebruikt of het doseringsinterval moet worden verlengd tot elke 36-48 uur 22. Met een eGFR van 60-63 mL/min bevindt deze patiënt zich in een grensgebied waar extra voorzichtigheid geboden is.
Alternatieve strategie
Optimaliseer eerst de huidige behandeling
Controleer infliximab-spiegels: Het beleid vermeldt al dat IFX-spiegels moeten worden nagegaan (let op: geen dal, à 8 weken). Dit is de eerste prioriteit.
Evalueer infliximab-respons: De patiënt heeft pas sinds juni 2026 infliximab. Calprotectine is gedaald van 2238 naar 674 µg/g, wat verbetering suggereert maar nog steeds verhoogd is.
Overweeg therapie-optimalisatie:
- Bij subtherapeutische IFX-spiegels: dosisverhoging of intervalverkorting
- Bij therapeutische spiegels maar onvoldoende respons: switch naar ander biologicum met gunstiger veiligheidsprofiel
Voorkeur voor veiliger biologica bij deze patiënt
De AGA richtlijn (2024) beveelt aan dat vedolizumab en ustekinumab kunnen worden overwogen bij patiënten met verhoogd risico op complicaties 3. Recent onderzoek (2024) bevestigt dat vedolizumab en ustekinumab de voorkeur verdienen boven anti-TNF bij oudere patiënten vanwege het lagere infectie- en maligniteitsrisico 4.
Belangrijke valkuilen
Niet doen:
- Geen mercaptopurine toevoegen "omdat het in het plan stond" - de klinische situatie is veranderd met recente infecties en orthostatische problemen
- Geen additionele immunosuppressie zonder eerst IFX te optimaliseren
- Geen thiopurinen bij deze leeftijd met deze comorbiditeit zonder dwingende indicatie
Wel doen:
- Multidisciplinaire beoordeling: Betrek cardioloog, nefroloog en eventueel geriater 11
- Vaccinatiestatus controleren: Influenza, pneumokokken, herpes zoster 11
- Infectiescreening: Gezien recente infecties en voordat verdere immunosuppressie wordt overwogen
- Frailty-assessment: Pretreatment frailty is geassocieerd met verhoogd infectierisico na immunomodulatoren 11
Conclusie voor dit specifieke geval
De combinatie van leeftijd (71 jaar), uitgebreide cardiovasculaire comorbiditeit, chronische nierziekte, recente infecties, en reeds lopende biologische therapie maakt mercaptopurine-toevoeging onverstandig. Focus eerst op optimalisatie van infliximab via spiegelbepalingen, en overweeg bij falen een switch naar vedolizumab of ustekinumab in plaats van thiopurine-toevoeging 111.
Het feit dat mercaptopurine tijdens de opname "wel beschreven stond" maar nooit daadwerkelijk is gestart, biedt de mogelijkheid om deze beslissing opnieuw te evalueren met de huidige klinische informatie - en die pleit tegen starten.